De benoeming van deskundigen bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen; geen oneerlijk beding; Hoge Raad 28 september 2018
1. INLEIDING
Op28september2018heeftdeHogeRaadeenbelangrijk arrest gewezenophetterreinvanarbeidsongeschiktheidsverzekeringen.1 De Hoge Raad heeft prejudiciële vragen beantwoord van de Rechtbank Den Haag.2 Het arrest geeft antwoord op enkele prangende vragen die de branche van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen reeds enkele jaren verdeeld heeft gehouden.3 In de kern ziet het arrest op de vraag of een vaak voorkomende polisvoorwaarde op grond waarvan arbeidsongeschiktheidsverzekeraars deskundigen benoemen en aan de hand daarvan de mate van arbeidsongeschiktheid vaststellen een oneerlijk beding is in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen.4 De vraag rijst welke gevolgen het arrest voor de branche heeft. In het hiernavolgende ga ik daarop nader in. Na een beschrijving van de casus (paragraaf 2) en de prejudiciële vragen (paragraaf 3) volgt bespreking van de antwoorden op de vragen in de paragrafen 4.1 tot en met 4.5, voorzien van commentaar. Tevens is daarbij– waar relevant– aandacht geschonken aan de conclusie van advocaat-generaal Hartlief van 6 juli 2018.5 De paragrafen 4.6 en 4.7 behandelen de second opinion aan de hand van diens conclusie. Paragraaf 5 vormt de afsluiting.