Home Rechtsgebieden Advocaten Contact

Nieuws

NOW? Statutair bestuurder behoudt recht op contractuele beëindigingsvergoeding!  

Toen een bedrijf aanspraak maakte op staatssteun (NOW) verbond de Staat daar de extra voorwaarde aan dat aan de vertrekkende statutair bestuurder geen bonus of beëindigingsvergoeding zou worden uitgekeerd.
Wat geldt nu, als de statutair bestuurder contractueel met de werkgever een beëindigingsvergoeding is overeengekomen? 

De contractuele beëindigingsregeling
Het is gebruikelijk dat een statutair bestuurder bij aanvang van de arbeidsovereenkomst een contractuele beëindigingsvergoeding overeenkomt. Vaak een vergoeding die veel hoger ligt dan de huidige transitievergoeding. Achtergrond daarvan is het feit dat een statutair bestuurder een groter afbreukrisico kent en minder ontslagbescherming heeft.
Maar als het bedrijf in zwaar weer verkeert en staatssteun nodig heeft om te overleven? Dan is het denkbaar dat het bedrijf die steun accepteert met een door de Staat extra gestelde randvoorwaarde dat de statutair bestuurder vertrekt zonder beëindigingsvergoeding. Is die bestuurder dan zijn aanspraak op de overeengekomen vergoeding en zelfs de transitievergoeding kwijt?

Beëindigingsregeling versus subsidievoorwaarden
Onlangs beoordeelde de kantonrechter te Amsterdam deze situatie. Werkgever stelde zich op het standpunt dat zij, om het bedrijf te redden, afhankelijk was van de staatssteun en niet in de positie om de randvoorwaarde van de Staat af te wijzen. Verder meende de werkgever dat een beroep op de contractuele vergoeding onaanvaardbaar is, gelet op de maatschappelijke en politieke opvatting dat staatssteun niet samengaat met een (ruime) ontslagvergoeding.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter oordeelt anders. De Staat is geen partij bij de arbeidsovereenkomst met daarin de contractuele beëindigingsvergoeding. De rechtsgeldig overeengekomen beëindigingsvergoeding geldt dus als uitgangspunt. De bestuurder had al veel ingeleverd. Een beroep op die vergoeding is niet onaanvaardbaar, ook niet als de opvattingen over beëindigingsvergoedingen inmiddels zijn veranderd. 

De kantonrechter merkt op dat, ook als er geen aanspraak bestond op de contractuele vergoeding, in elk geval een aanspraak bestaat op de wettelijke transitievergoeding en dat een derde partij de werkgever niet kan ‘verbieden’ om deze vergoeding uit te keren, ook de Staat niet.


Vragen over de statutair bestuurder? Bel of mail mij gerust.

Madeleine Stefels, stefels@stadhouders.nl